Zelf meten · 8 min leestijd · bijgewerkt augustus 2026
Zelf het weer meten in je achtertuin
Door de redactie van Weermeisje · dagelijks het weer sinds 2012

Wat is er nou leuker dan het weer meten in je eigen achtertuin? Oké, misschien kan ik een paar dingen bedenken, maar als weerliefhebber word ik hier toch behoorlijk enthousiast van.
Waarom ik zelf ben gaan meten
Ik weet het nog goed. Zo’n twintig jaar geleden trok een enorme stortbui over mijn woonplaats. Een uur lang kwam het water met bakken uit de lucht. Het was een heel plaatselijke bui die vrijwel op dezelfde plek bleef hangen en steeds opnieuw aangroeide.
Er viel in korte tijd een enorme hoeveelheid regen. Naar schatting misschien wel rond de 100 millimeter. En je raadt het al: ik had toen nog geen regenmeter. Enorm balen!
Sindsdien meet ik zelf het weer in mijn achtertuin. Zo kan ik niet alleen zien hoe warm, koud, nat of winderig het is, maar ook bijzondere en extreme waarden bijhouden.
Plaatselijke verschillen zijn groot
Nederland is een klein land, maar toch kunnen de verschillen in het weer verrassend groot zijn. Terwijl bij jou de zon schijnt, kan een paar kilometer verderop een enorme plensbui vallen. Vooral bij zomerse buien kan het verschil in neerslag binnen één dorp al behoorlijk groot zijn.
Juist daarom vind ik het zo leuk om zelf het weer te meten. De officiële weerstations van het KNMI geven natuurlijk ontzettend waardevolle informatie, maar er staat nu eenmaal niet in iedere achtertuin eentje.
Wie weet valt die enorme hoosbui juist bij jou. Of meet je tijdens een hittegolf een opvallend hoge temperatuur. Met je eigen metingen krijg je een veel beter beeld van het weer op jouw eigen plek.
Maar hoe kun je zelf het weer meten? Dat hoeft gelukkig helemaal niet ingewikkeld of duur te zijn. Je kunt beginnen met een eenvoudige regenmeter of thermometer, maar natuurlijk ook kiezen voor een compleet automatisch weerstation. Hieronder leg ik de belangrijkste meetinstrumenten uit.
Regen meten met een regenmeter
Mijn persoonlijke tip om mee te beginnen: een regenmeter. Simpel, goedkoop en verrassend leuk.
Een regenmeter vangt neerslag op, waarna je kunt aflezen hoeveel millimeter regen er is gevallen. Daarbij geldt een eenvoudig rekensommetje: 1 millimeter regen is 1 liter water per vierkante meter.
Meet je na een flinke bui bijvoorbeeld 25 millimeter? Dan is er dus 25 liter water op iedere vierkante meter gevallen. Op een tuin van 100 vierkante meter komt dat neer op maar liefst 2.500 liter water.
Waar plaats je een regenmeter?
De plek van je regenmeter is belangrijk. Zet hem bij voorkeur zo vrij mogelijk neer. Een plek direct naast een schutting, boom, huis of overkapping kan de meting beïnvloeden. Bij wind kan regen namelijk worden tegengehouden of juist richting de regenmeter worden geblazen.
Probeer daarom een open plek te vinden en zorg ervoor dat de regenmeter stevig en recht staat. En vergeet hem na het aflezen natuurlijk niet leeg te gooien. Anders wordt de volgende meting wel héél spectaculair.
Temperatuur meten
Een thermometer ophangen en klaar? Helaas, zo eenvoudig is het niet als je de temperatuur een beetje betrouwbaar wilt meten.
Hang een thermometer bijvoorbeeld in de volle zon en je kunt op een warme zomerdag temperaturen aflezen waar zelfs Zuid-Spanje jaloers op zou zijn. Wil je de buitentemperatuur goed meten, dan moet de thermometer uit de directe zon hangen en tegelijkertijd voldoende geventileerd worden.
Officiële temperatuurmetingen worden onder gestandaardiseerde omstandigheden gedaan. Daardoor kunnen temperaturen van verschillende plaatsen goed met elkaar worden vergeleken. Bij officiële metingen hangt de temperatuursensor op ongeveer 1,5 meter boven de grond, in een goed geventileerd stralingsscherm. Zo wordt zoveel mogelijk de temperatuur van de lucht gemeten en voorkom je dat directe zonnestraling de meting beïnvloedt.
Heb je een eigen weerstation? Probeer de temperatuursensor dan ook op een zo geschikt mogelijke plek te hangen. Onder een overkapping of pal tegen een warme stenen muur is bijvoorbeeld minder ideaal.
Wind meten
Wil je weten hoe hard het bij jou waait? Dan heb je een windmeter, ook wel anemometer genoemd, nodig. Veel moderne weerstations hebben standaard een windmeter. Daarmee kun je onder andere de gemiddelde windsnelheid en windstoten meten. Sommige weerstations meten daarnaast ook de windrichting.
Bij windmetingen is de locatie misschien nog wel belangrijker dan bij temperatuur en regen. Bomen, huizen en schuttingen remmen de wind behoorlijk af. Officiële windsnelheden worden op 10 meter hoogte en zo vrij mogelijk van obstakels gemeten. In een achtertuin, tussen huizen, bomen en schuttingen, zal de gemeten windsnelheid daarom vaak lager uitvallen. Dat is dus helemaal niet gek.
Laat je daardoor vooral niet tegenhouden. Ook een windmeter in je eigen tuin kan hartstikke leuk zijn. Je kunt jouw metingen alleen niet altijd één op één vergelijken met officiële windmetingen.
Luchtvochtigheid meten
Veel digitale thermometers en vrijwel alle uitgebreidere weerstations meten ook de relatieve luchtvochtigheid. De luchtvochtigheid wordt weergegeven in procenten en vertelt hoeveel waterdamp de lucht bevat ten opzichte van de maximale hoeveelheid die de lucht bij die temperatuur kan bevatten.
Vooral op warme dagen is dit interessant. Een hoge temperatuur in combinatie met een hoge luchtvochtigheid voelt vaak een stuk benauwder aan dan dezelfde temperatuur bij droge lucht. Ook bij mist, dauw en vorst kan het interessant zijn om de luchtvochtigheid in de gaten te houden.
Luchtdruk meten
Nog zo’n leuke waarde voor weerliefhebbers: de luchtdruk. Hiervoor gebruik je een barometer. Bij digitale weerstations zit deze meestal in de binnenunit verwerkt.
De luchtdruk wordt meestal weergegeven in hectopascal (hPa). Globaal geldt dat hoge luchtdruk vaak samenhangt met rustig en droog weer, terwijl lage luchtdruk vaker hoort bij wisselvallig en onstuimig weer.
Maar kijk vooral naar de ontwikkeling. Een snel dalende luchtdruk kan bijvoorbeeld een aanwijzing zijn dat er een storing of depressie nadert. Voor mij is dat juist het leuke aan zelf meten: je kijkt niet alleen meer naar een weersverwachting, maar gaat steeds beter begrijpen wat er buiten gebeurt.
Een compleet weerstation in je tuin
Wil je het iets serieuzer aanpakken? Dan kun je kiezen voor een automatisch weerstation. Afhankelijk van het model meet zo’n weerstation bijvoorbeeld de temperatuur, luchtvochtigheid, hoeveelheid neerslag, windsnelheid, windrichting en luchtdruk.
Sommige weerstations slaan alle gegevens automatisch op. Daardoor kun je later precies terugzien wat de hoogste temperatuur van het jaar was, hoeveel regen er in een maand viel of wat de zwaarste windstoot tijdens een storm was.
En geloof me: voor je het weet heb je een Excelbestand met weerrecords en controleer je tijdens iedere onweersbui om de vijf minuten hoeveel millimeter er inmiddels is gevallen.
Welk meetinstrument heb je nodig?
Je hoeft echt niet meteen honderden euro’s uit te geven aan een professioneel weerstation. Sterker nog: als je wilt ontdekken of zelf het weer meten iets voor jou is, zou ik gewoon klein beginnen.
Een eenvoudige regenmeter en een goede buitenthermometer zijn al genoeg om dagelijks interessante metingen te doen. Krijg je de smaak te pakken? Dan kun je later altijd nog uitbreiden met een digitaal weerstation dat automatisch regen, temperatuur, luchtvochtigheid en wind meet.
Zijn metingen in je achtertuin betrouwbaar?
Dat hangt vooral af van de apparatuur én de plek waar je meet. Een thermometer in de zon, een regenmeter onder een boom of een windmeter achter een schutting levert geen ideale metingen op. Hoe beter je de sensoren opstelt, hoe betrouwbaarder jouw metingen worden.
Toch hoeven je metingen wat mij betreft niet perfect te zijn om er plezier aan te beleven. Je eigen weerstation is vooral een fantastische manier om het lokale weer te volgen. Wil je jouw metingen vergelijken met officiële records? Dan wordt het natuurlijk wel belangrijk om zo veel mogelijk volgens officiële meetrichtlijnen te meten.
Begin zelf met het weer meten
Het mooie is dat je na een tijdje echt een eigen weerarchief opbouwt. Je weet dan niet alleen dat het afgelopen zomer heel nat was, maar kunt ook daadwerkelijk terugzien hoeveel regen er bij jou is gevallen.
En misschien staat die extreme stortbui van twintig jaar geleden ooit nog eens opnieuw precies boven mijn tuin. Dit keer staat mijn regenmeter klaar.
Verder lezen: Bekijk het weer van vandaag, Vergelijk met het weerarchief, Wat is gevoelstemperatuur precies?, Hoe bereidden mensen zich vroeger voor op het weer?
Veelgestelde vragen
Hoeveel water is 1 millimeter regen?
Precies 1 liter per vierkante meter. Meet je 25 millimeter, dan viel er 25 liter water op elke vierkante meter, oftewel 2.500 liter op een tuin van 100 vierkante meter.
Waarom meet mijn windmeter minder wind dan het weerbericht?
Officiële windsnelheden worden op 10 meter hoogte gemeten, zo vrij mogelijk van obstakels. Tussen huizen, bomen en schuttingen remt de wind af, dus een lagere waarde in de tuin is normaal.
Waar hang ik een thermometer het beste op?
Uit de directe zon, goed geventileerd en op ongeveer 1,5 meter hoogte. Niet pal tegen een stenen muur of onder een overkapping, want dan meet je vooral de warmte van je huis.
Met welk instrument kun je het beste beginnen?
Een regenmeter. Hij is goedkoop, vraagt geen onderhoud en geeft direct resultaat dat je met het landelijke beeld kunt vergelijken.
Lees ook
- Waarom is de lucht blauw? (Weerverschijnselen · 4 min)
- Hoe werkt een buienradar eigenlijk? (Weerverschijnselen · 4 min)
- Waarom kun je regen soms ruiken? (Weerverschijnselen · 3 min)